
Foto: Lila la Loop
Kruid van Benedictijner kloostergeneeskunde
Vrouwe munt, ook bekend als balsemkruid, was een belangrijk geneeskrachtig kruid in de benedictijnse abdijen en werd voornamelijk gebruikt in de gynaecologie. De naam verwijst naar de speciale rol die het speelde bij de behandeling van klachten die omschreven werden als „vrouwenkwalen“. In de kloostergeneeskunde werd het beschouwd als verwarmend, versterkend en balancerend. Veel kruidenmanuscripten prijzen het als het „kruid van de orde“, dat het lichaam harmoniseert en de spijsvertering versterkt. De balsamico geur, die vandaag de dag nog steeds te herkennen is in de kruiden- en medicinale plantentuin van Werdener, maakte het ook een populair kamer- en aromakruid.
Munt - kweek en tuinstructuur
Munt geeft de voorkeur aan zonnige, droge plaatsen en gedijt bijzonder goed in kalkrijke grond. Het wordt bij voorkeur geplant in zonnige kruidenbedden, vaak in de buurt van rozemarijn of salie. Regelmatig snoeien houdt de bladeren aromatisch. Munt is een robuuste, langlevende vaste plant die weinig verzorging nodig heeft. De Benedictijnen waardeerden het vooral als een geurige plant, vaak langs paden. De intense geur maakte het een favoriete plant in de kloostertuin, waardoor het een onmisbaar onderdeel is van de Werdener kruiden- en medicinale plantentuin naast de oude kerk. Abdij Werden.
Munt als geneeskrachtig kruid - effecten en gebruik
Munt was een veelzijdig geneeskrachtig kruid. De bladeren werden meestal gedronken als thee voor spijsverteringsklachten, winderigheid en een opgeblazen gevoel. Infusies van hele stengels om het lichaam te versterken. Het werd beschouwd als een kruid dat „de maag kalmeert en het hart versterkt“.
Munt als keukenkruid
In de kloosterkeuken werd vrouwenmunt echter spaarzaam gebruikt. Het heeft een sterke en licht bittere smaak, daarom werd het slechts in kleine hoeveelheden gebruikt: af en toe als kruid in vleesgerechten, in kruidenwijnen en om azijn op smaak te brengen. Zijn smaak is sterk en lichtjes bitter, daarom werd het slechts in kleine hoeveelheden gebruikt.
Munt als specerij en aromatisch kruid
Door zijn unieke geur was vrouwenmunt een van de belangrijkste aromatische kruiden in het klooster. Het werd gebruikt voor geurkussens, kruidenbundels, wierook en zit tegenwoordig ook in sommige geurmengsels voor kamers. De balsamico geur werd beschouwd als zuiverend en beschermend, waardoor de plant een grote spirituele betekenis had. Munt werd geassocieerd met: Bescherming, zuiverheid en vrouwelijke kracht. Het werd beschouwd als een kruid dat zowel het huis als het hart beschermde.
Conclusie
Munt was een veelzijdig kruid dat door de benedictijner monniken van de abdij Werden zowel voor medicinale doeleinden als in het dagelijkse leven werd gebruikt. Tegenwoordig wordt vrouwenmunt vooral gekweekt in historische kruidentuinen zoals de Werdener kruiden- en medicinale plantentuin. De geur en werking maken het een waardevolle plant voor natuurgeneeskunde en tuincultuur. Misschien inspireert dit artikel sommigen van jullie om lieveheersbeestjesmunt in jullie eigen perken te kweken.